Dat is misschien wel de belangrijkste conclusie uit het onderzoek ‘Cloud-Portabiliteit; uitdagingen, ontwikkelingen en standaarden‘ dat InnoValor Advies uitvoerde voor het Forum Standaardisatie. In dit blog lees je de belangrijkste onderzoeksinzichten. 

De afgelopen jaren is de aandacht voor digitale soevereiniteit sterk toegenomen. Nederland werkt aan een soevereine overheidscloud. Europa investeert fors in nieuwe cloud- en AI-infrastructuur. Tegelijkertijd groeit het aantal Europese cloudinitiatieven en alternatieven voor de bekende hyperscalers.  

Dat klinkt positief. Maar er ligt een fundamentele uitdaging onder deze ontwikkelingen die onderbelicht is:

Een nieuw cloud-alternatief heeft alleen waarde als organisaties er ook daadwerkelijk naartoe kunnen overstappen. 

De vergeten randvoorwaarde

In veel discussies gaat het over het bouwen van nieuwe cloudvoorzieningen. Veel minder aandacht gaat uit naar de mogelijkheid om bestaande data, applicaties en diensten ook daadwerkelijk te verplaatsen. Juist daar zit het probleem. 

In theorie kunnen organisaties migreren van de ene cloud naar de andere. In de praktijk blijken de kosten, risico's en technische afhankelijkheden vaak zo groot dat overstappen nauwelijks haalbaar is. 

Vergelijk het met nummerbehoud bij telecom. Het succes van concurrentie op de telefoniemarkt werd pas mogelijk toen consumenten hun nummer konden meenemen naar een andere provider. Zonder nummerbehoud zouden veel gebruikers simpelweg zijn gebleven waar ze zaten. Voor cloud geldt hetzelfde principe:

Zonder overstapmogelijkheden ontstaat lock-in. Zonder lock-in op te lossen ontstaat er geen echte keuzevrijheid. 

Waarom overstappen zo moeilijk is

Cloud-portabiliteit gaat over het vermogen om data, applicaties en workloads tussen cloudomgevingen te verplaatsen tegen lage kosten en met minimale verstoring. 

Dat blijkt vooral lastig op een aantal cruciale onderdelen: 

1. Identity & Access Management 

Gebruikers, rollen, rechten en toegangsmodellen zijn vaak diep verweven met één cloudplatform. Een applicatie kan technisch migreren, maar als identiteiten en autorisaties niet meekomen ontstaat direct een operationeel probleem. 

2. Databases 

Data verplaatsen is vaak nog mogelijk. Maar moderne cloud-databases bevatten veel meer dan alleen data. Ze bevatten ook logica, configuraties, replicatie-instellingen en leveranciersspecifieke functionaliteit. Juist daar ontstaat lock-in. 

3. (Encryptie en) sleutelbeheer 

Versleutelde gegevens zijn afhankelijk van cryptografische sleutels. Die sleutels worden vaak beheerd via leveranciersspecifieke Key Management Services. Wanneer sleutels niet overdraagbaar zijn, wordt migratie extreem complex. 

Deze knelpunten zitten in de “handige” platformdiensten van hyperscalers. Deze zogenaamde managed services maken ontwikkelen sneller en eenvoudiger en worden vaak als onderdeel van een aantrekkelijk totaalpakket aangeboden. Organisaties worden sterk gestuurd en verleid om ze te gebruiken. En daar ontstaat vervolgens de lock-in. Hoe meer van deze diensten worden gebruikt, hoe sterker de afhankelijkheid van één leverancier wordt. Uiteindelijk wordt overstappen niet onmogelijk, maar wel zo complex, duur en risicovol dat de keuzevrijheid in de praktijk verdwijnt.  

Open standaarden als breekijzer

Het onderzoek laat zien dat open standaarden een essentieel instrument zijn om cloud-portabiliteit te verbeteren. Open standaarden maken het mogelijk data, applicaties en configuraties overdraagbaar te houden. Ze verkleinen afhankelijkheden en vergroten de keuzevrijheid van organisaties bij overstappen van cloudaanbieder.  

Op het vlak van orkestratie & containerisatie zien we bijvoorbeeld juist interessante ontwikkelingen rond standaarden die bijdragen aan portabiliteit.  

Portabiliteit wordt niet opgelost door één standaard. In de praktijk ontstaat portabiliteit door een combinatie van standaarden, architectuurkeuzes, open source tooling en bewuste  inkoopstrategieën. 

Europa zet stappen, maar standaarden lopen achter

Europa heeft cloud-portabiliteit inmiddels stevig op de beleidsagenda gezet. De Data Act introduceert juridische verplichtingen rond cloud-switching en portabiliteit. Ook de Digital Markets Act en nieuwe Europese cloudinitiatieven dragen hieraan bij. Toch ontbreekt nog veel van de technische invulling. De standaarden die nodig zijn om portabiliteit daadwerkelijk mogelijk te maken, bevinden zich vaak nog in ontwikkeling. Dat betekent dat organisaties niet kunnen wachten totdat alle Europese trajecten zijn afgerond. 

De belangrijkste les uit het onderzoek

Cloud-portabiliteit is geen technisch detail. Het is een strategische randvoorwaarde voor: 

  • Digitale autonomie en soevereiniteit; 
  • Gezonde marktwerking; en 
  • Toekomstbestendige cloudkeuzes. 

Wie investeert in nieuwe cloudalternatieven zonder aandacht voor portabiliteit, bouwt feitelijk nieuwe bestemmingen zonder wegen ernaartoe. 

Tijd voor regie 

De hoofdboodschap van het onderzoek is daarom helder: Portabiliteit vraagt niet alleen om nieuwe standaarden, maar vooral om actieve sturing op prioritering, toepassing en adoptie. 

Nederland hoeft daarbij niet te wachten op Europese verplichtingen of op marktinitiatieven van hyperscalers. Juist nu is het moment om cloud-portabiliteit expliciet mee te nemen in architectuur, beleid, standaardisatie en inkoop. Want uiteindelijk geldt:  

Zonder portabiliteit geen keuzevrijheid. Zonder keuzevrijheid geen digitale soevereiniteit.